Onderstaande kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. In de bijlage Toelichting paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn de definities van de kengetallen opgenomen.
Tabel 7.1.7 Kengetallen Programmabegroting 2025-2028 | ||||||
Omschrijving | Verloop van de kengetallen | |||||
---|---|---|---|---|---|---|
PB 2024 | PR 2023 | PB 2025 | MJB 2026 | MJB 2027 | MJB 2028 | |
Netto schuldquote | 66% | 49% | 80% | 92% | 99% | 96% |
Gecorrigeerde netto schuldquote | 54% | 39% | 71% | 83% | 91% | 89% |
Solvabiliteitsratio | 26% | 34% | 25% | 25% | 22% | 21% |
Structurele exploitatieruimte | 2% | 4% | 1% | -2% | -3% | -4% |
Grondexploitatie | 16% | 22% | 15% | 11% | 11% | 10% |
Belastingcapaciteit | 91% | 84% | 89% | 89% | 89% | 89% |
De nettoschuldquotes zijn gestegen ten opzichte van de Programmarekening 2023. De stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename van nieuwe lange leningen die nodig zijn om uitgaven te financieren (de teller in de ratio).
Voor begrotingsjaar 2025 bedraagt de solvabiliteitsratio 25% en is daarmee ruim hoger dan de norm van 20% (zie bijlage toelichting paragraaf weerstandsvermogen). De afname van de ratio ten opzichte van de Programmarekening 2023 wordt met name verklaard door de toename van het totale vermogen (de noemer in de ratio).
De structurele exploitatieruimte zien we als gevolg van het ravijn in de komende jaren steeds verder teruglopen naar een negatief percentage vanaf 2026. Dit houdt in dat vanaf 2026 de structurele lasten niet meer worden gedekt met structurele baten. Het ombuigingstraject richting de Perspectiefnota 2026-2029 zal ervoor moeten zorgen dat kengetal structurele exploitatieruimte op termijn weer boven 0 uitkomt.
In de begroting zien we een daling van het kengetal grondexploitatie. Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie is ten opzichte van de totale jaarlijkse baten van de gemeente. De daling van het kengetal wordt veroorzaakt door een verwachte afbouw van de grondpositie vanwege de sluiting van diverse lopende grondexploitaties de komende jaren. Hierbij opgemerkt dat de bouwgrond in exploitatie exclusief toekomstige, nog te openen nieuwe grondexploitaties is. Intussen zijn hiervoor enkele voorbereidingskredieten verleend. In de paragraaf Grondbeleid en MPG Lite 2024 gaan we nader in op de portefeuille ontwikkelingen.
Het kengetal voor belastingcapaciteit is licht gestegen ten opzichte van de Programmarekening 2023. De belastingdruk in Ede blijft daarmee nog steeds ruim onder het landelijk gemiddelde.
De stijging van de belastingcapaciteit van 84% naar 89% is vertekend. Richtlijnen schrijven voor, dat de belastingcapaciteit wordt berekend door een vergelijk te maken met het laatst bekende (landelijke) cijfer van Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO); dit is het cijfer over 2024. In dit cijfer is geen rekening gehouden met landelijke inflatiecorrectie (en overige verhogingen) voor 2025 terwijl in onze lokale heffingen 2025 wel rekening is gehouden met inflatiecorrectie en overige verhogingen (zie hoofdstuk 3.2 en paragraaf Lokale heffingen). In de praktijk zal de belastingcapaciteit bij de programmarekening dus (vrijwel) altijd lager uitvallen dan het cijfer dat is opgenomen in de programmabegroting voor het betreffende jaar.