Home

Wijzigingen begroting

Als gevolg van de, in hoofdstuk 3.1 opgenomen, voorstellen/knelpunten en de actualisatie van het financieel beeld in hoofdstuk 5 lopen de tekorten voor Ede in alle jaarschijven op. Vanuit het Rijk is nog geen zicht op tegemoetkoming van het intredende ravijn vanaf 2026 om de tekorten deels of geheel te dempen. Zonder maatregelen lukt het niet een structureel en reëel sluitende begroting kunnen opleveren hetgeen een vereiste is op basis van artikel 189 gemeentewet "De raad ziet erop toe dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is". Naast een niet sluitende begroting neemt het beroep op de Algemene Reserve dusdanig toe dat de reserve in jaarschijf 2028 negatief komt te staan. Om dit te voorkomen en om voor 2025 een sluitende begroting te kunnen opleveren worden in dit hoofdstuk enkele inkomstenverhogende maatregelen voorgesteld. Hiermee lopen deze inkomstenverhogende maatregelen vooruit op het ombuigingstraject in aanloop naar de Perspectiefnota 2026-2029. De maatregelen blijven wel onderdeel uitmaken van het totaalpakket aan ombuigingen wat uiteindelijk gepresenteerd wordt (als reeds doorgevoerde maatregelen). De voorgestelde maatregelen moeten worden gezien als eerste stap, verdere verhoging van inkomsten wordt bij de perspectiefnota ’26 afgewogen. Deze stap is nodig om een gefaseerde doorvoering van ombuigingen mogelijk te houden aangezien de ombuigingsopgave groot is.

Verhoging OZB
Na de algemene uitkering is de OZB de belangrijkste inkomstenbron voor gemeenten. De OZB maakt onderdeel uit van het kengetal belastingcapaciteit. Ede zit met een belastingcapaciteit van 85% onder het landelijk gemiddelde. Dit, gecombineerd met het feit dat we ondanks de financiële situatie blijven investeren in onze groeiende gemeente, maakt dat een verhoging van de OZB voor het college noodzakelijk is. Voorgesteld wordt om, naast de reguliere inflatiecorrectie van 3,5%, de tarieven OZB met 10% te verhogen. Dit levert met ingang van 2025 structureel € 3,3 miljoen op.

Overigens leidt deze verhoging niet per definitie tot een hogere belastingcapaciteit. Alle gemeenten in Nederland krijgen te maken met het ravijn en veel gemeenten velen zullen dus ook extra lastenverhoging doorvoeren. Omdat de belastingcapaciteit wordt berekend op basis van daadwerkelijke OZB-wijzigingen van alle gemeenten, is hier vooraf geen voorspelling over te doen. Op basis van een inventarisatierondje langs enkele gemeenten is het beeld dat veel gemeenten een verhoging bovenop de inflatie doorvoeren. Waarvan meerdere gemeenten ook al over meerdere jaren een verhoging aankondigen of een forsere stijging in 1 keer.

Forensenbelasting
De forensenbelastingen is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de toeristenbelasting, de afgelopen jaren alleen verhoogd met de inflatiecorrectie. Ten opzichte van andere gemeenten zijn de tarieven relatief laag. Voorgesteld wordt de tarieven met 15% te verhogen. Deze stijging is in lijn met de recente stijging van de toeristenbelasting. Dit levert de gemeente vanaf 2025 structureel € 150.000 per jaar op. Hiermee behoort Ede nog steeds tot gemeenten met lage tarieven voor de forensenbelasting.

Parkeerbelasting
De parkeertarieven worden per 1-1-2025 verhoogd, wat in lijn is met eerder vastgestelde beleidsdoelen. Dit betreft de verhoging van de dagkaarten van € 4,00 naar € 6,50. Ook het kort parkeren wijzigt naar € 0,20 per vijf minuten, waarbij het uurtarief hiermee op € 2,40 komt. Het tarief voor kort parkeren wordt gehanteerd totdat het dagtarief van € 6,50 bereikt is.
Op dit moment wordt het Mobiliteitsfonds Ede Centrum verder uitgewerkt, waarbij het voorstel is om een deel van deze opbrengsten (€ 0,50 per dagkaart) voor dit mobiliteitsfonds te reserveren. Dit kan ingezet worden voor mobiliteitsalternatieven. Het doel is om hiermee een toenemende parkeerdruk tegen te gaan en andere vormen van mobiliteit te stimuleren.
Door bovenstaande wijzigingen door te voeren worden jaarlijks rond de € 495.000 structureel meer parkeeropbrengsten verwacht.

Afvalstofheffing - kostendekkendheid versnellen
In het Bestuursakkoord 2022-2026 is besloten om toe te werken naar kostendekkendheid in drie jaar, waarbij er in die drie jaar € 1,5 miljoen kosten toegerekend worden aan het product afval, die tot nu toe niet ten laste van de heffing kwam. Gezien de financiële situatie van de gemeente, wordt de kostendekkendheid in 2025 versneld doorgevoerd waarbij in 2025 € 250.000 toegerekend wordt aan het product Afval. Het resterende bedrag van € 250.000 komt daar in 2026 bij.

Deze pagina is gebouwd op 11/20/2024 09:53:54 met de export van 11/18/2024 11:07:02