"Het Ravijn is gedicht, ombuigingen zijn niet meer noodzakelijk!". Graag hadden we deze tekst nu opgenomen in deze programmabegroting. Helaas is de realiteit dat de gemeentefinanciën nog steeds onder grote druk staan. In hoofdstuk 3.1 heeft u kunnen lezen dat we genoodzaakt zijn een aantal knelpunten en noodzakelijke investeringen op te nemen in deze programmabegroting hetgeen leidt tot een verslechtering van het financieel beeld. Daarbovenop zien we dat het toepassen van standaard loon- prijscompensatie van trancejaar 2025 leidt tot een negatieve bijstelling van het meerjarig financieel beeld (meer toelichting onder kunt u teruglezen verderop in dit hoofdstuk onder "Actualisatie stelposten")
Er zijn gelukkig ook meevallers te melden. De actualisatie voor 2024 laat per saldo van positief saldo van € 6,8 miljoen zien. Dit voordeel is incidenteel van aard. De drie grootste voordelen in de actualisatie betreffen Duurzaamheid (€ 1,5 miljoen), Diverse reserveringen (€ 3,1 miljoen) en Financiering (€ 2 miljoen). Het voordeel op duurzaamheid is ontstaan als gevolg van een administratieve verwerking. De post diverse reserveringen bestaat grotendeels uit een voordeel op de looncompensatie van de ambtenarensalarissen. In 2024 stijgen de salarissen in 2 stappen (per 1-1-2024 en per 1-10-2024). In de begroting 2024 is echter rekening gehouden volledige cao-stijging vanaf 1 januari. Hiermee is dit een incidenteel voordeel in 2024. Het voordeel op Financiering ontstaat doordat in de begroting rekening is gehouden met stijging van de rente. Hoewel de rente stijgende is, verwachten we voor 2024 nog een incidenteel voordeel. Een volledig overzicht van de actualisatie inclusief toelichting is terug te vinden in hoofdstuk 6.
In hoofdstuk 3.2 heeft u kunnen lezen over de voorgestelde inkomstenverhogende maatregelen. Als gevolg van de ontwikkeling van het financieel beeld in deze programmabegroting ontkomen we er niet aan om maatregelen te nemen zodat we een reëel sluitende begroting voor 2025 kunnen opleveren. Deze verhoging betreffen een eerste stap in het ombuigingstraject wat verder zal worden uitgewerkt richting de Perspectiefnota 2026-2029. In december 2024 wordt uw raad geïnformeerd over het totale ombuigingstraject.
Ontwikkelingen sociaal domein
Binnen het Sociaal Domein staat de gemeente Ede, net als vele andere gemeenten in Nederland, voor enkele grote uitdagingen op het gebied van financiën. Dit vertaalt zich voor zowel de Wmo als jeugdhulp in een risico op hogere zorguitgaven door rijkskorting en volumeontwikkelingen. Bij jeugdhulp speelt ook dat in het verleden al veel maatregelen ingevoerd zijn die nu op de hervomingsagenda staan. Het preventieve effect daarvan op het budget is daarmee al grotendeels gerealiseerd, wat tot een risico op overschrijding van de begroting leidt als het Rijk overgaat tot kortingen op de rijksbijdrage (zie ook top 10 risico's in paragraaf 7.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing).
Inmiddels betekent dit dat de gemeente Ede de essentiële taak om ervoor te zorgen dat alle kinderen en jongeren in Ede de hulp en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben niet langer op de huidige manier kan uit blijven voeren. Ondanks de enorme inzet en creativiteit van de gemeente Ede om de jeugdhulp te kunnen blijven bieden, moet er op een gegeven moment ook worden erkend dat de rek eruit is. Het is (financieel) niet langer haalbaar om de jeugdhulp op deze manier voort te zetten zonder dat dit ten koste gaat van andere belangrijke voorzieningen binnen de gemeente. Om die reden is de PM post besparingen in de perspectiefnota 2025-2028 uit deze begroting gehaald. Wij komen daarop terug bij de perspectiefnota 2026-2029.
Ook ervaart gemeente Ede een groot herverdeeleffect op de BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten). De gemeente Ede is een nadeelgemeente en ontvangt minder middelen vanuit het Rijk om de uitkeringen te kunnen betalen. Om dit risico op te vangen is er een begrotingsophoging in de programmabegroting 2025 - 2028 opgenomen (zie hoofdstuk 3.2.)
Van perspectiefnota naar begroting in cijfers
De programmabegroting bouwt verder op het financieel perspectief van de Perspectiefnota 2025-2028. Rekening houdend met de uitkomsten van de meicirculaire 2024 en de actualisatie van de stelposten starten we deze programmabegroting met onderstaand financieel beeld:
Tabel 5.1.1 Vertrekpunt Programmabegroting 2025-2028 | Bedragen x € 1.000 | ||||
---|---|---|---|---|---|
Omschrijving | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 |
Financieel kader | |||||
A: Stand Perspectiefnota 2025-2028 (tabel 3.1.2 op pag. 8) | 8.624 N | 6.912 N | 16.523 N | 16.978 N | 17.452 N |
B: Algemene uitkering (memo meicirculaire 2024) | 2.280 V | 1.654 V | 1.588 V | 1.659 V | 2.491 V |
Stand perspectiefnota inclusief meicirculaire 2024 | 6.345 N | 5.258 N | 14.935 N | 15.319 N | 14.961 N |
C: PB2528 - Actualisatie stelposten | N | 1.418 N | 2.424 N | 2.801 N | 3.850 N |
Vertrekpunt Programmabegroting 2025-2028 (A t/m C) | 6.345 N | 6.677 N | 17.358 N | 18.120 N | 18.812 N |
Ad C: Actualisatie stelposten (loon-prijscompensatie)
De actualisatie van de stelposten (loon- prijscompensatie) laat een nadelig beeld zien. Oorzaak ligt met name in de prijscompensatie van de budgetten voor het sociaal domein. Afspraak is dat deze budgetten op basis van cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) worden gecompenseerd. Door het ontbreken van meerjarige cijfers van de NZA maken we op voorhand een reservering op basis van CPB-cijfers. Daar waar dit over meerdere jaren redelijk uitkomt zien we nu dat de compensatie op basis van indexatiecijfers van de NZA fors hoger uitvalt dan de gereserveerde stelpost.
Bij de septembercirculaire worden we vanuit het Rijk geïnformeerd over de nieuwe LPO-indexcijfers (accres gemeentefonds). Op dat moment wordt ook onze gemeentelijke reservering bijgesteld. De septembercirculaire 2024 van het gemeentefonds hebben wij niet in de cijfers van deze begroting kunnen verwerken. Hierover wordt u parallel aan de begrotingsbehandeling via een afzonderlijk memo geïnformeerd.
Met de verwerking van de wijzigingen begroting (hoofdstuk 3) en de actualisatie 2024 (hoofdstuk 6) ontstaat het volgende financiële beeld:
Tabel 5.1.2 Financieel beeld Programmabegroting 2025-2028 | Bedragen x € 1.000 | ||||
---|---|---|---|---|---|
Omschrijving | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 |
Financieel kader | |||||
A: Vertrekpunt Programmabegroting 2025-2028 (tabel 5.1.1) | 6.345 N | 6.677 N | 17.358 N | 18.120 N | 18.812 N |
B: Wijzigingen begroting (hoofdstuk 3.1) | N | 1.591 N | 1.548 N | 1.914 N | 1.970 N |
C: Inkomstenverhogende maatregelen (hoofdstuk 3.2) | N | 4.200 V | 3.950 V | 3.950 V | 3.950 V |
D: Actualisatie (hoofdstuk 6) | 6.851 V | N | N | N | N |
Saldo Programmabegroting 2025-2028 (A t/m D) | 506 V | 4.068 N | 14.956 N | 16.084 N | 16.832 N |
Over de jaren 2025 tot en met 2028 zien we in alle jaren een negatief begrotingssaldo ontstaan. Exclusief de incidentele baten en lasten realiseren we voor 2025 wel een structureel en reëel sluitende begroting, dit komt terug in bijlage 1G overzicht incidentele baten en lasten. Vanaf 2026 is dit evenwicht er niet meer. Ombuigingen zijn noodzakelijk om bij de volgende begrotingscyclus (2026 - 2029) te voldoen aan de gemeentewet artikel 189 “De raad ziet erop toe dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Hiervan kan hij afwijken indien aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht.”.
Het financieel beeld uit tabel 5.1.2 heeft het volgende effect op het verloop van de Algemene reserve:
Tabel 5.1.3 Algemene reserve Programmabegroting 2025-2028 | Bedragen x € 1.000 | ||||
---|---|---|---|---|---|
Omschrijving | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 |
Stand 1 januari | 72.505 | 72.709 | 69.186 | 54.437 | 38.083 |
Resultaatbestemming jaar t-1 (incl. amendement Friends on Ice) | -1.440 | - | - | - | - |
Stand 1 januari (na resultaatbestemming) | 71.065 | 72.709 | 69.186 | 54.437 | 38.083 |
Doorwerking besluitvorming t/m PN 2025-2028 (tabel 5.1.1) | -6.345 | -5.258 | -14.935 | -15.319 | -14.961 |
Integratie resultaten grondbedrijf (t/m MPG 2024) | 1.138 | 545 | 207 | -269 | -748 |
PB2528 - Actualisatie stelposten (tabel 5.1.1) | - | -1.418 | -2.424 | -2.801 | -3.850 |
Doorwerking Programmabegroting 2025-2028 (B t/m D tabel 5.1.2) | 6.851 | 2.609 | 2.402 | 2.036 | 1.980 |
Effect memo uitkomsten septembercirculaire 2024 | pm | pm | pm | pm | pm |
Stand per 31 december voor resultaatbestemming | 72.709 | 69.186 | 54.437 | 38.083 | 20.503 |
Surplus ten opzichte van bodem van € 10 miljoen + restant Omgevingsvisie (hoofdstuk 5.6, tabel 5.6.1) | 38.926 | 32.750 | 18.579 | 2.495 | -14.337 |
De algemene reserve eind 2028 bedraagt € 20,5 miljoen. Rekening houdend met de bodem van € 10 miljoen en de investeringen omgevingsvisie (zie hoofdstuk 5.6) is de Algemene reserve € 14 miljoen te laag. Met de ombuigingen die worden voorbereid richting de Perspectiefnota 2026-2029 zal de Algemene reserve weer naar een voldoende niveau moeten stijgen.
In deze begroting wordt voorgesteld de reservering Omgevingsvisie los te trekken van de Algemene reserve. Dit voorstel, inclusief toelichting is terug te vinden in hoofdstuk 5.6.