Drie begrippen staan centraal in een beschrijving van de financiële positie: structureel begrotingsevenwicht,
weerbaarheid en wendbaarheid van de begroting. Het ravijn vanaf 2026 frustreert een positieve waardering op alle genoemde elementen. Ze maakt het onmogelijk om een passend financieel arrangement te maken en continuïteit van beleid meerjarig (financieel) te borgen.
Structureel begrotingsevenwicht
Het is een taak van de gemeenteraad om toe te zien dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Niet alleen het begrotingssaldo per jaar is van belang maar ook het inzicht in structurele baten en lasten. In "Bijlage 1G - Overzicht incidentele baten en lasten" is het overzicht van incidentele baten en lasten opgenomen. Voor het jaar 2025 geldt dat, wanneer we de begroting schonen voor incidentele baten en lasten, de structurele lasten gedekt worden door structurele baten. Als gevolg van het ravijn is er vanaf 2026 geen sprake meer van een structureel evenwicht en zijn ombuigingen noodzakelijk om bij de Programmabegroting 2026-2029 een sluitende begroting te kunnen opleveren.
Weerbaarheid van de begroting
Tabel 5.2.1 Kengetallen | Bedragen x € 1 miljoen | ||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ratio weerstandsvermogen, | PB 2022 | PR 2021 | PB 2023 | PR 2022 | PB 2024 | PR 2023 | PB 2025 | Norm | |
A. Beschikbare buffers | 60 | 64 | 81 | 94 | 98 | 101 | 90 | ||
B. Nodig voor opvangen risico's | 20 | 19 | 20 | 23 | 26 | 21 | 21 | ||
Ratio (A/B) | 3,1 | 3,3 | 4,0 | 4,0 | 3,8 | 4,8 | 4,2 | > 0,8 |
Tabel 5.2.2 | Bedragen x € 1 miljoen | |||||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Algemene reserve 31-12 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | ||||||
Programmarekening | 20 | 26 | 46 | 65 | 68 | |||||||||||
Prognose begroting 2025-2028 | 73 | 69 | 55 | 38 | 21 | |||||||||||
Norm: Bodem van € 10 miljoen in het laatste jaar van het meerjarenperspectief |
De indicatoren die we gebruiken voor het meten van de weerbaarheid van de begroting scoren goed voor 2024, de weerstandsratio zelfs uitstekend. Het venijn zit in 2026 en de jaren daarna, zie voor meer details "7.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Wendbaarheid van de begroting
Tabel 5.2.3 Kengetallen Programmabegroting 2025-2028 | ||||||
Omschrijving | Verloop van de kengetallen | |||||
---|---|---|---|---|---|---|
PB 2024 | PR 2023 | PB 2025 | MJB 2026 | MJB 2027 | MJB 2028 | |
Netto schuldquote | 66% | 49% | 80% | 92% | 99% | 96% |
Gecorrigeerde netto schuldquote | 54% | 39% | 71% | 83% | 91% | 89% |
Solvabiliteitsratio | 26% | 34% | 25% | 25% | 22% | 21% |
Structurele exploitatieruimte | 2% | 4% | 1% | -2% | -3% | -4% |
Grondexploitatie | 16% | 22% | 15% | 11% | 11% | 10% |
Belastingcapaciteit * | 91% | 84% | 89% | 89% | 89% | 89% |
* Het cijfer Belastingcapaciteit vanaf 2025 geeft een vertekend doordat bij de berekening geen rekening mag worden gehouden met stijging van de landelijke woonlasten (zie toelichting hoofdstuk 7.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing)
Met uitzondering van de structurele exploitatieruimte vanaf 2026 blijven we binnen de vastgestelde normwaarden.
Het kengetal structurele exploitatieruimte is als gevolg van het ravijn negatief vanaf 2026. De omslag naar een negatief bedrag, heeft te maken met een hogere onttrekking van de algemene reserve in deze jaren, ter dekking van structurele lasten in de begroting. Het structurele probleem kan tijdelijk maar niet structureel opgevangen worden door de algemene reserve, zie tabel met de prognose voor de algemene reserve. Voor meer details over de kengetallen, zie "7.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing".