Uit de Concept Macro Economische Verkenning voor 2025 van augustus 2024 van het CPB blijkt dat - net als in de Macro Economische Verkenning voor 2024 - toenemende overheidstekorten de komende jaren om aandacht vragen. Het CPB voorziet dat het begrotingstekort van het Rijk komende jaren structureel gaat oplopen doordat de uitgaven harder stijgen dan de inkomsten.
De inflatie daalt traag, mede doordat de hoge loonstijging aanhoudt. De goedereninflatie is inmiddels tot stilstand gekomen, maar de inflatie van arbeidsintensieve diensten blijft naar verwachting nog langer hoog doordat de hogere lonen, de huurverhoging en de voedselprijzen daarin doorwerken.
Voor 2025-2028 raamt het CPB zowel de inflatie als de rente voor de Nederlandse staat voor 10 jaar op een niveau van 2,7%. Het renteniveau waarvoor de gemeente leent ligt hoger dan de rente voor de Nederlandse Staat.
Door het rentebeleid van de ECB om de inflatie te beteugelen ligt de korte rente sinds maart 2023 boven de lange rente. Inmiddels is de inflatie gedaald en heeft de ECB in juni 2024 de beleidsrente voor het eerste verlaagd, waardoor de korte rente gedaald is. Verdere rentedalingen lijken komend jaar mogelijk, maar zijn onzeker. Daarom is bij de renteramingen voor deze begroting uitgegaan van het huidige renteniveau.
De raming van de rentelasten voor nieuwe externe financiering is gebaseerd op de volgende renteramingen:
- Korte financiering (tot 1 jaar): 3,90%
- Lange financiering (langer dan 1 jaar): 3,30%
De werkelijke ontwikkeling van de rente is inherent onzeker en onvoorspelbaar. Het aantrekken van nieuwe financieringen zal te zijner tijd tegen de op dat moment hogere of lagere actuele rentepercentages gaan plaatsvinden.