Bedragen x € 1.000
Rekening | Begroting | Begroting | Raming | Raming | Raming | |||||||
2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |||||||
Lasten | 118.952 | N | 122.790 | N | 126.672 | N | 113.442 | N | 112.182 | N | 111.106 | N |
Baten | 17.707 | V | 13.185 | V | 13.059 | V | 3.583 | V | 3.583 | V | 3.584 | V |
Het saldo van de lasten en baten van productgroep Maatwerkvoorziening neemt in 2025 toe met € 4,0 miljoen ten opzichte van 2024. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de toekenning van reguliere loon-, prijs- en volumecompensatie waardoor de lasten stijgen met € 5,0 miljoen. Daarnaast zijn er de volgende mutaties in de begroting 2025:
Aanvullende Inkomensvoorziening
In de Perspectiefnota 2025-2028 zijn middelen beschikbaar gesteld voor de invoering van een Edese stadspas. Met de invoering van een stadspas willen we onze minimaregelingen toegankelijker en duidelijker maken en het niet-gebruik van regelingen terugdringen. In 2025 stijgen de lasten incidenteel met € 0,25 miljoen als gevolg van kosten voor ontwikkeling, invoering en opstarten. Vanaf 2026 is er voor de exploitatie structureel € 0,1 miljoen beschikbaar gesteld.
Gemeentelijke opvang ontheemden Oekraïne
In de zoektocht naar nieuwe opvanglocaties voor Oekraïense vluchtelingen, als alternatief voor de Legerplaats Harskamp, heeft Ede extra opvangplekken gerealiseerd. In 2024 heeft Ede gemiddeld 375 opvangplekken gerealiseerd. Met de nieuwe opvanglocaties stijgt dit gemiddelde in 2025 met 67 opvangplekken. De uitgaven die worden gedaan in het kader van de gemeentelijke en particuliere opvang van ontheemden uit Oekraïne worden gecompenseerd door het Rijk op basis van een normbedrag en het aantal beschikbare opvangplekken. Met de realisatie van de extra opvangplekken stijgen de baten en lasten met € 1,5 miljoen op basis van het huidige normbedrag van € 61 per dag per opvangplek.
Vluchtelingen uit Oekraïne hebben recht op leefgeld. Het leefgeld is bedoeld voor het kopen van voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven. Vanaf 1 juli 2024 krijgen Oekraïense vluchtelingen geen leefgeld meer als ze werken of op een andere manier een inkomen hebben. Voor het uitgekeerde leefgeld worden gemeenten gecompenseerd op basis van werkelijke kosten. In 2025 dalen de baten en lasten om die reden met € 0,3 miljoen.
In 2024 zijn transitiekosten begroot voor het geschikt maken van gebouwen voor de opvang van Oekraïense ontheemden. In 2025 zijn vooralsnog geen transitiekosten begroot. De baten en lasten dalen met € 0,2 miljoen.
Crisisnoodopvang Galvanistraat
Op 8 februari 2024 heeft Ede besloten om de crisisnoodopvang aan de Galvanistraat met 1 jaar te verlengen tot 1 maart 2025. De baten en lasten zijn hierbij licht gedaald.
In de programmabegroting 2024-2027 is besloten om in 2024 een incidentele subsidie aan een vrijwilligersorganisatie beschikbaar te stellen en deze te dekken vanuit de reserve opvang en begeleiding specifieke doelgroepen. In 2025 dalen de lasten met € 0,1 miljoen.
Maatwerkvoorzieningen Wmo
Naast de reguliere loon- prijs- en volumecompensaties is in de Perspectiefnota 2025-2028 voor 2025 € 1,15 miljoen beschikbaar gesteld voor de voornamelijk gestegen CAO-lasten bij de inkoop van de maatwerkvoorzieningen Wmo. In de Programmabegroting 2024-2027 is vanaf 2024 € 0,4 miljoen beschikbaar gekomen voor met name de omzetting van incidenteel budget naar structureel benodigd maatwerkbudget. Omdat jaarschijf 2024 financieel opgevangen kon worden vanuit de budgetten voor begeleiding, leidt dit in 2025 tot een stijging. Het Wmo-aandeel in de ombuiging van de beweging naar de voorkant gaat nog invulling krijgen, maar valt in 2025 grotendeels weg tegen een compensatie van het rijk vanaf 2025 vanwege het abonnementstarief.
Maatschappelijke opvang
Al geruime tijd wordt er door het rijk geen loon- en volumecompensatie aan de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang toegekend, maar aan het lokale accres. Om die reden gaan we met ingang van 2025 deze middelen, voor zover nodig, ophalen bij alle regiogemeenten, zodat we die extra baten kunnen inzetten bij onze centrumgemeentelijke taken. Samen met enkele kostenbesparingen en het verschuiven van kosten naar beschermd wonen leidt dit weer tot een positieve exploitatie. Ook de extra kosten van nood-, nacht- en dagopvang kunnen hierdoor binnen de begroting worden opgevangen. De geraamde onttrekking in 2024 van € 0,6 miljoen is hiermee voor 2025 omgeslagen en voegen we dan weer € 0,3 miljoen toe aan de reserve. Dit is noodzakelijk omdat de reserve Maatschappelijke opvang in de afgelopen jaren sterk is afgenomen.
Geweld in afhankelijkheidsrelaties
Ook aan de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang wordt door het rijk geen loon- en volumecompensatie toegekend. Om dezelfde reden als bij Maatschappelijke Opvang worden regiogemeenten gevraagd bij te dragen vanuit die lokaal verkregen compensatie voor centrumgemeentelijke taken. De in 2024 nog geraamde onttrekking van € 0,16 miljoen is in 2025 om die reden niet meer nodig.
Beschermd wonen
We zien bij beschermd wonen een lagere dotatie aan de reserve van slechts € 0,1 miljoen. Het in een beschermde omgeving wonen van voormalige maatschappelijke opvang cliënten (next level) past beter in het product Beschermd thuis en betreft daarmee een kostenstijging van € 0,3 miljoen. Hier tegenover zien we in 2025 kostendalingen van € 0,4 miljoen ten aanzien van incidentele kosten 2024 en lagere salariskosten.
Jeugdhulp
In 2024 is er vanuit het rijk € 1,3 miljoen ontvangen voor de proeftuin Kind- en Gezinsbescherming. Deze middelen zijn in 2025 en de jaren daarna niet beschikbaar. Dit levert in 2025 (en de jaren daarna) een daling op van baten en lasten van € 1,3 miljoen ten opzichte van 2024.
Vanuit de meicirculaire is er voor Jeugd € 0,2 miljoen ontvangen voor de vrijval reservering compensatieregelingen en € 0,2 miljoen loon- en prijsbijstelling Voogdij 18+. Hierdoor stijgt het lastenbudget met € 0,4 miljoen in 2025.
In de Programmabegroting 2024-2027 en de Perspectiefnota 2025-2028 zijn middelen toegekend om de stijgende kosten binnen jeugdhulp op te vangen. Vanaf 2025 laat het budget van jeugd een dalend meerjarenbeeld zien als gevolg van reeds ingeboekte besparingen. In 2025 dalen de lasten met € 0,7 miljoen ten opzichte van 2024.
Bedragen x € 1.000 | |||||
Omschrijving | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 |
Tekort Jeugdhulp, Hervormingsagenda Jeugd en investering in de toekomst (PB24-27) | 4.025 N | 3.241 N | 3.383 N | 3.328 N | 3.328 N |
Knooppunt Jeugdhulpregio FoodValley (PPN25-28) | 255 N | 417 N | 417 N | 417 N | 417 N |
Jeugdhulp (PPN25-28) | 5.216 N | 5.682 N | 5.281 N | 4.807 N | 4.259 N |
Jeugdhulp - besparingen (PPN25-28) | - | 500 V | 1.250 V | 2.000 V | 2.750 V |
Jeugdhulp - aanvullende besparingen (PPN25-28) | - | pm | pm | pm | pm |
Totaal | 9.496 N | 8.840 N | 7.831 N | 6.552 N | 5.254 N |
De afgelopen jaren zijn diverse incidentele middelen toegekend die vanaf 2025 komen te vervallen. De lasten in 2025 dalen met € 0,5 miljoen als gevolg van het vervallen van onderstaande budgetten:
Bedragen x € 1.000 | ||||
Omschrijving | 2024 | 2025 | ||
Transformatie jeugdbescherming (PB23-26) | 260 N | 0 N | ||
Resultaatbestemming Knooppunt Jeugdhulp (PR23) | 150 N | 0 N | ||
Knooppunt contract- en interim-management (PPN25-28) | 55 N | 0 N |
Jeugdhulp - aanvullende besparingen
Op basis van de data-analyse (2018 t/m 2023) naar het gebruik van jeugdhulp is de verwachting dat de behoefte en kosten voorlopig zullen blijven stijgen én dat ondanks de eerder ingezette maatregelen meer nodig is om de kostenstijging te beperken. Gezien deze ontwikkeling is een verdiepend onderzoek uitgevoerd naar welke mogelijkheden er zijn in Ede. Hiermee wordt versnippering voorkomen (efficiënte inzet van tijd en budget), de kwaliteit van zorg hooggehouden en wordt voorkomen dat snelle oplossingen leiden tot nieuwe "vluchtroutes". Op basis van het onderzoek worden de kansrijke aanvullende maatregelen ingezet (Perspectiefnota 2026-2029).
Beweging naar de voorkant
In de Programmabegroting 2023-2026 zijn extra middelen beschikbaar gesteld om de beweging naar de voorkant te intensiveren. Hierbij is tevens de verwachting uitgesproken dat de investering in preventie zich in de toekomst zal terugverdienen. Dit is gebaseerd op de verwachting dat inzet op preventie en lichtere ondersteuning een dempende invloed hebben op de zorguitgaven. In 2025 is een besparing ingeboekt ad € 2,0 miljoen en voor 2026 en verder een bedrag van € 3,0 miljoen. Via verschillende instrumenten ontwikkelen we monitoring en methodieken waarmee we de effecten van de extra inzet op preventie stap voor stap in beeld brengen. De (financiële) effecten van de beweging naar de voorkant mogen in ieder geval bij de Wmo, de Jeugdzorg en bij de Inkomensvoorzieningen verwacht worden.